ECLI:NL:RVS:2019:601
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- B.J. van Ettekoven
- H. Bolt
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Bestemmingsplan Rimpeler en hogere geluidgrenswaarden niet onrechtmatig vastgesteld
Bij besluit van 8 maart 2018 stelde de raad van de gemeente Putten het bestemmingsplan Rimpeler vast, dat voorziet in de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk met maximaal 340 woningen. Tevens stelde het college hogere geluidgrenswaarden vast voor een deel van het plangebied vanwege wegverkeerslawaai. Diverse appellanten, waaronder bewoners en bedrijven uit de omgeving, maakten bezwaar tegen deze besluiten en stelden beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De appellanten uitten zorgen over de verkeersveiligheid en verkeersoverlast door de gekozen ontsluiting via de Jan Nijenhuisstraat en Stationsstraat, terwijl anderen betoogden dat de toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking niet correct was toegepast. Daarnaast waren er bezwaren over geluid- en geurhinder, waarbij werd gesteld dat het akoestisch onderzoek onjuiste aannames bevatte en dat de geurbelasting de bedrijfsvoering zou belemmeren.
De Afdeling overwoog dat het bestemmingsplan een globaal planologisch kader biedt en dat uitvoeringsaspecten zoals verkeersinrichting niet in deze procedure aan de orde kunnen komen. De raad had aannemelijk gemaakt dat de verkeerssituatie zal verbeteren en dat het plan geen onaanvaardbare gevolgen heeft voor de verkeersveiligheid. De toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking was naar het oordeel van de Afdeling zorgvuldig en berustte op redelijke aannames over woningbehoefte en inbreidingslocaties.
Ten aanzien van geluid en geur concludeerde de Afdeling dat het akoestisch onderzoek en het geuradvies voldoende onderbouwd waren en dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De bezwaren van appellanten over de vaststelling van hogere geluidgrenswaarden werden niet-ontvankelijk verklaard voor een van hen wegens het niet indienen van een zienswijze, en inhoudelijk ongegrond voor de overige appellanten.
De Afdeling verklaarde het beroep van appellanten ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De beroepen tegen het bestemmingsplan Rimpeler en het besluit hogere geluidgrenswaarden zijn ongegrond verklaard en het beroep van een appellant niet-ontvankelijk.