ECLI:NL:RVS:2019:587
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging handhavingsbesluit wegens concreet zicht op legalisering asfaltverharding
Het college van burgemeester en wethouders van Maasdriel legde appellant op om de asfaltverharding van 15 m² op zijn perceel te verwijderen, omdat deze in strijd was met het geldende bestemmingsplan en zonder vergunning was aangebracht.
Appellant voerde aan dat het ontwerpbestemmingsplan een vergunningvrijstelling bevat voor verhardingen tot 100 m², waardoor concreet zicht op legalisering bestaat. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Raad van State oordeelde anders.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de verharding dient voor agrarisch gebruik en binnen het ontwerpbestemmingsplan vergunningvrij is. Omdat het ontwerpbestemmingsplan nog niet definitief is vastgesteld maar geen aanwijzingen bestaan dat dit niet zal gebeuren, bestaat concreet zicht op legalisering.
Daarom werd het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank vernietigd, het primaire handhavingsbesluit herroepen en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het handhavingsbesluit wordt herroepen wegens concreet zicht op legalisering.