ECLI:NL:RVS:2019:584
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tot opheffing vreemdelingenbewaring
Bij besluit van 17 januari 2019 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het tegen deze maatregel ingestelde beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het belang van de vreemdeling bij opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel zwaarder weegt dan het belang van de staatssecretaris bij voortduren daarvan, mede gelet op de termijnen van artikel 5 EVRM Pro en de stand van zaken in de procedure. Daarom werd de vrijheidsontnemende maatregel per direct opgeheven.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, ter hoogte van €512,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Over eventuele schadevergoeding zal in de bodemprocedure worden beslist.
Uitkomst: De vrijheidsontnemende maatregel is per direct opgeheven en de staatssecretaris is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.