ECLI:NL:RVS:2019:544
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing inzageverzoek screeningsdossier voormalige pleegouders
Appellant verzocht om inzage in het screeningsdossier van de voormalige pleegouders van zijn zoon, die tien maanden in het pleeggezin verbleef. Hij betoogde dat zijn zoon slecht behandeld was en twijfelde aan de zorgvuldigheid van de screening voorafgaand aan de plaatsing.
De minister wees het verzoek af op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp), omdat het dossier geen gegevens bevatte die op appellant of zijn zoon betrekking hadden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het dossier alleen persoonsgegevens van de pleegouders bevatte.
Appellant stelde in hoger beroep dat het verzoek op grond van de Jeugdwet moest worden beoordeeld en dat het dossier ook hem betreffende gegevens bevatte. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het verzoek terecht als een Wbp-verzoek werd opgevat en dat het dossier geen hem betreffende persoonsgegevens bevatte, ook niet omdat de zoon tien maanden in het pleeggezin verbleef.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om inzage in het screeningsdossier van de voormalige pleegouders wordt afgewezen omdat deze gegevens niet als hem betreffende persoonsgegevens worden beschouwd.