ECLI:NL:RVS:2019:507
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering inschrijving geboorteakte in Basisregistratie personen
Appellant verzocht om inschrijving van een geboorteakte uit 2007 in de Basisregistratie personen (Brp) om naturalisatie mogelijk te maken. Het college weigerde dit omdat niet kon worden vastgesteld dat deze akte de enige of eerste registratie betrof, mede gezien eerdere registratie in 1997 en het bezit van een paspoort uit 1996.
De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond, maar handhaafde de weigering voor het merendeel. Appellant stelde dat de akte authentiek was en dat de rechtbank ten onrechte de verklaring van Ghanese autoriteiten en een notarieel gewaarmerkte verklaring van een familievriend onvoldoende waarde gaf.
De Afdeling overwoog dat legalisatie slechts de echtheid van handtekeningen bevestigt, niet de inhoudelijke juistheid. Er bestond twijfel over de inhoud door verschillende aangevers en de minister van Buitenlandse Zaken had eerder twijfels geuit. Appellant slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de eerdere vaststelling dat hij bij paspoortuitgifte in 1996 een geboorteakte had overgelegd onjuist was.
Ook de wisselende verklaringen van appellant over de documenten die hij in 1996 overhandigde, konden niet leiden tot vernietiging van de uitspraak. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de weigering tot inschrijving van de geboorteakte in de Basisregistratie personen is bevestigd.