ECLI:NL:RVS:2019:461
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tot opheffing vreemdelingenbewaring
Bij besluit van 9 januari 2019 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank Den Haag verklaarde het daartegen ingestelde beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening tot opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel.
De voorzieningenrechter overwoog dat het belang van de vreemdeling bij opheffing van de maatregel zwaarder woog dan het belang van de staatssecretaris bij voortzetting, mede gelet op de termijnen uit artikel 5 EVRM Pro en de stand van de procedure. Daarom werd de vrijheidsontnemende maatregel per direct opgeheven, voor zover de staatssecretaris daartoe nog niet was overgegaan.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling, ter hoogte van €512,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Over eventuele schadevergoeding zal in de bodemprocedure worden beslist.
Uitkomst: De vrijheidsontnemende maatregel vreemdelingenbewaring is per direct opgeheven en de staatssecretaris is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.