ECLI:NL:RVS:2019:4492
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- D.A. Verburg
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing machtiging voorlopig verblijf Eritrese vreemdelingen
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 9 december 2016 de aanvraag van drie Eritrese vreemdelingen om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af. Na een bezwaarprocedure verklaarde de rechtbank Den Haag het beroep van de vreemdelingen gegrond, vernietigde het besluit en beval een nieuw besluit op bezwaar. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat de vreemdelingen onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat vreemdeling 1 geen officiële identiteitsdocumenten kon overleggen en ook geen substantieel bewijs van identiteit in de vorm van onofficiële documenten hadden geleverd. Hierdoor kon de staatssecretaris niet toekomen aan de beoordeling van de familierelaties. De rechtbank had ten onrechte de rechtsgevolgen van het besluit van 16 juni 2017 niet in stand gelaten.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 15 november 2019, maar liet de rechtsgevolgen van het oorspronkelijke besluit van 16 juni 2017 in stand. De staatssecretaris hoeft de proceskosten in hoger beroep niet te vergoeden.
Uitkomst: De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en laat het oorspronkelijke besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de mvv-aanvraag in stand.