ECLI:NL:RVS:2019:4349
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Hoekstra
- E.J. Daalder
- P.H.A. Knol
- Rechtspraak.nl
Vernietiging planregel over optische verstoring bij bestemmingsplan Landgoed Leudal 2018
De raad van de gemeente Leudal stelde op 17 april 2018 het bestemmingsplan 'Landgoed Leudal 2018' vast, gericht op de transformatie van een camping naar een landgoed met verblijfsaccommodaties, groepsverblijf en trainingen. Hiertegen stelden omwonenden en HG Beheer B.V. beroep in. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde de zaak en onderzocht onder meer de naleving van de Omgevingsverordening Limburg 2014, provinciaal en gemeentelijk beleid, de motivering van het maximumaantal arbeidsmigranten, het bebouwingspercentage, de goot- en bouwhoogte en de voorwaarden voor kortlopende evenementen.
De Afdeling oordeelde dat het bestemmingsplan niet aan artikel 2.5.3 van de Omgevingsverordening hoefde te voldoen omdat het ontwerpplan voor de inwerkingtreding van de verordening ter inzage lag. De raad had voldoende rekening gehouden met provinciaal beleid en de huisvesting van arbeidsmigranten als ondergeschikte functie aan de recreatieve bestemming aanvaardbaar gemotiveerd. Ook de motivering van het maximumaantal van 300 arbeidsmigranten werd als redelijk beoordeeld. De planregels omtrent bebouwingspercentage en bouwhoogte werden eveneens als toereikend gemotiveerd beschouwd.
Een belangrijk punt van geschil was de planregel over het voorkomen van optische verstoring bij kortlopende evenementen. De Afdeling stelde vast dat de raad tijdens de zitting een ander standpunt innam dan in het besluit, namelijk dat de bufferzone van 25 meter uitsluitend aan de zijde van het natuurgebied geldt, terwijl dit niet in het besluit was opgenomen. Dit leidde tot het oordeel dat het besluit op dit punt niet met de vereiste zorgvuldigheid was voorbereid, waardoor dit deel van het bestemmingsplan werd vernietigd. De Afdeling stelde zelf een aangepaste tekst vast en droeg de raad op deze aanpassing binnen vier weken te verwerken. De overige beroepen werden ongegrond verklaard. De raad werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan HG, maar niet voor deskundigenkosten omdat de succesvolle beroepsgrond niet samenhing met het ingeschakelde deskundigenrapport.
Uitkomst: Het bestemmingsplan wordt gedeeltelijk vernietigd vanwege onvoldoende zorgvuldige planregel over optische verstoring bij evenementen, overige beroepen worden ongegrond verklaard.