ECLI:NL:RVS:2019:4339
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- N. Verheij
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen tegemoetkoming in planschade na planwijziging in Bergen
Appellant is eigenaar van een perceel met woning in Bergen en verzocht om tegemoetkoming in planschade wegens beperkingen door het nieuwe bestemmingsplan "Bergen, Dorpskern Zuid" van 12 juni 2009. Het college wees dit verzoek af, waarna appellant bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank stelde de StAB aan als deskundige vanwege grote verschillen in taxaties en planvergelijkingen.
De StAB concludeerde dat het nieuwe bestemmingsplan een indirect voordeel oplevert door vervallen bouwmogelijkheden op omliggende percelen, waardoor geen waardevermindering is opgetreden. De taxatie door De Bont bevestigde dit oordeel. De rechtbank vernietigde het besluit van het college, maar liet de rechtsgevolgen in stand en wees het verzoek af. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze beslissing en de proceskostenvergoeding.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank terecht op het advies van de StAB en De Bont mocht vertrouwen. De Afdeling vernietigde het deel van het vonnis dat de proceskostenvergoeding vaststelde en stelde deze ex nunc hoger vast. Het incidenteel hoger beroep van het college werd ongegrond verklaard. De Afdeling veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Appellant ontvangt geen tegemoetkoming in planschade; proceskostenvergoeding wordt verhoogd en toegewezen.