ECLI:NL:RVS:2019:4272
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- J.J. van Eck
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens onttrekking woonruimte aan bestemming door verhuur aan toeristen
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde aan appellant een bestuurlijke boete op omdat zijn woning zonder vergunning werd verhuurd aan toeristen, waardoor de woning aan de bestemming tot bewoning werd onttrokken. Na bezwaar werd de boete verlaagd van €20.500 naar €13.500. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij niet als overtreder kon worden aangemerkt omdat de feitelijke bewoner en huurder de overtreding zou hebben begaan en hij onvoldoende kennis had van het gebruik van de woning. Ook stelde hij dat sprake was van inbraak en dat hij een vriend had gevraagd toezicht te houden. De Raad van State oordeelde dat de woning niet feitelijk werd bewoond door een hoofdverblijfhouder die in de basisregistratie personen stond ingeschreven en dat appellant zich onvoldoende had geïnformeerd over het gebruik van de woning.
De Raad van State bevestigde dat appellant als eigenaar verantwoordelijk is en dat de boete terecht is opgelegd. Verwezen werd naar het vereiste dat de overtreder kennis moet hebben of kunnen hebben van de overtreding. De stelling van appellant dat de boete te hoog is wegens bijzondere omstandigheden werd verworpen wegens onvoldoende onderbouwing. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De bestuurlijke boete van €13.500 wegens onttrekking van woonruimte aan de bestemming door verhuur aan toeristen wordt bevestigd.