ECLI:NL:RVS:2019:4171
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Bestemming tweede bedrijfswoning in veegplan buitengebied afgewezen
De gemeenteraad stelde op 25 september 2018 het bestemmingsplan 'Buitengebied, veegplan 2018' vast, waarin onder meer actuele bestemmingen voor woningen en uitsterfregelingen zijn opgenomen. Appellant betoogde dat op zijn perceel een tweede bedrijfswoning aanwezig is die op grond van een bouwvergunning uit 1987 als zodanig had moeten worden bestemd. De raad stelde dat de vergunning niet voor een tweede zelfstandige woning was verleend, maar voor een woongedeelte binnen een bedrijfsgebouw.
De Afdeling bestuursrechtspraak onderzocht de vergunning en de bijbehorende bouwtekeningen en concludeerde dat er geen sprake was van een tweede zelfstandige woning, maar van een uitbreiding van de bestaande woning met een zelfstandig te gebruiken woongedeelte. Ook het feit dat de woning volgens de Woz als twee woningen werd aangemerkt, was niet doorslaggevend voor de ruimtelijke beoordeling.
Daarnaast oordeelde de Afdeling dat de Verordening Ruimte Noord-Brabant het alsnog bestemmen van de tweede bedrijfswoning in de weg staat, omdat geen bestaand recht voor de woning bestaat. De mogelijkheid om bij agrarische bedrijfsbeëindiging een nieuwe woning toe te staan, is niet vergelijkbaar met de huidige situatie.
De Afdeling verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestemmingsplan is ongegrond verklaard omdat geen bestaand recht voor de tweede bedrijfswoning bestaat en de Verordening Ruimte het alsnog bestemmen verhindert.