ECLI:NL:RVS:2019:4099
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- J. Kramer
- E.A. Minderhoud
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beheerplan De Wieden en Weerribben wegens strijd met rechtszekerheidsbeginsel
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het hoger beroep tegen het besluit van 4 april 2017 van het college van gedeputeerde staten van Overijssel waarin het beheerplan voor de Natura 2000-gebieden De Wieden en Weerribben werd vastgesteld.
In een eerdere tussenuitspraak van 29 mei 2019 werd geoordeeld dat het besluit onvoldoende duidelijkheid bood over de voorwaarden waaronder riet gemaaid, gekamd, gebundeld en verplaatst mocht worden, waardoor het besluit in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel. Het college werd opgedragen dit gebrek binnen 26 weken te herstellen door een nieuw besluit te nemen.
Het college heeft deze opdracht niet binnen de gestelde termijn uitgevoerd. De Afdeling verklaarde daarom het hoger beroep gegrond, vernietigde het besluit en droeg het college op binnen 12 weken een nieuw besluit te nemen dat aan de rechtszekerheid voldoet.
Daarnaast werden proceskosten toegekend aan appellanten, waaronder vergoeding voor beroepsmatige rechtsbijstand en griffierechten. Tevens werd bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Afdeling kan worden ingesteld.
Uitkomst: Het besluit van 4 april 2017 wordt vernietigd wegens strijd met het rechtszekerheidsbeginsel en het college wordt opgedragen binnen 12 weken een nieuw besluit te nemen.