ECLI:NL:RVS:2019:4090
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoeken tot herziening boetebesluiten Wet arbeid vreemdelingen
Appellanten hebben bij besluiten van 16 januari 2018 verzocht om terug te komen op eerder opgelegde boetes wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Deze verzoeken werden afgewezen door de staatssecretaris, waarna appellanten bezwaar maakten en vervolgens in beroep gingen bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond.
Appellanten stelden in hoger beroep dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State onjuiste uitleg had gegeven aan het Unierecht, met name aan het criterium toezicht en leiding zoals geformuleerd in het arrest Martin Meat van het Hof van Justitie. Zij voerden aan dat de boetes ten onrechte waren opgelegd omdat het toezicht en de leiding niet bij hen berustten.
De Raad van State overwoog dat het arrest Martin Meat niet leidt tot een onjuiste uitleg van het Unierecht in de eerdere uitspraken van de Afdeling. Voor enkele appellanten bleek uit verklaringen van vreemdelingen en rapporten dat toezicht en leiding wel degelijk bij hen berustten. Voor anderen was het arrest Martin Meat niet relevant voor de beoordeling van hun zaken.
De Raad van State concludeerde dat de verzoeken niet voldoen aan het derde vereiste van het arrest Kühne & Heitz, namelijk dat een eerdere definitieve beslissing berust op een onjuiste uitleg van het Unierecht. Daarom hoeft niet te worden getoetst aan het vierde vereiste. De hoger beroepen zijn ongegrond en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de verzoeken tot herziening van boetebesluiten niet voldoen aan de vereisten en wijst de hoger beroepen af.