ECLI:NL:RVS:2019:4084
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J. Kramer
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering openbaarmaking mantelovereenkomst Buitenring Parkstad Limburg
Het college van gedeputeerde staten van Limburg weigerde openbaarmaking van een mantelovereenkomst met betrekking tot de Buitenring Parkstad Limburg (BPL) op grond van geheimhouding volgens artikel 55 van Pro de Provinciewet en artikel 10 van Pro de Wob. De overeenkomst bevat afspraken over beëindiging van veehouderijactiviteiten en overdracht van milieurechten.
Appellant, eigenaar van omliggende landerijen, verzocht om openbaarmaking om te controleren of milieurechten daadwerkelijk zijn overgedragen en of aan de natuurvergunning is voldaan. Het college stelde dat openbaarmaking de economische en financiële belangen van de provincie zou schaden en dat appellant vooral zijn eigen belangen nastreefde.
De rechtbank oordeelde dat het college terecht geheimhouding mocht toepassen. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dit oordeel en stelt dat het publieke belang bij openbaarmaking niet opweegt tegen de bescherming van de economische belangen van de provincie. Het verzoek van appellant ziet vooral op zijn eigen belang in lopende procedures en niet op een algemeen publiek belang.
Daarmee is het hoger beroep ongegrond verklaard en is de weigering tot openbaarmaking van de mantelovereenkomst bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de weigering tot openbaarmaking van de mantelovereenkomst is bevestigd.