ECLI:NL:RVS:2019:4040
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- G.M.H. Hoogvliet
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke handhaving en schadevergoeding wegens aanleg geasfalteerd pad zonder vergunning
Appellant sub 2 heeft zonder omgevingsvergunning een geasfalteerd pad aangelegd op agrarische gronden nabij Zoeterwoude, wat het college van burgemeester en wethouders handhavend heeft aangepakt door verwijdering en herstel te gelasten met oplegging van dwangsommen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant sub 2 ongegrond en wees het verzoek van appellant sub 1 om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af. Beide appellanten stelden hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het pad niet onder de vergunningvrijstelling valt omdat het buiten het bouwvlak ligt en het geasfalteerde pad niet als normaal onderhoud kan worden beschouwd. Het college was dus bevoegd tot handhaving. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en concreet zicht op legalisering faalt. Wel wordt appellant sub 1 een schadevergoeding toegekend van € 1.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het verzoek om schadevergoeding is afgewezen en bevestigd voor het overige. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant sub 1.
Uitkomst: Handhaving tegen illegaal geasfalteerd pad bevestigd; schadevergoeding van € 1.000 toegekend wegens overschrijding redelijke termijn.