ECLI:NL:RVS:2019:4033
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan motivering tegen uitspraak rechtbank
De vreemdeling werd bij besluit van 4 oktober 2019 in vreemdelingenbewaring gesteld. Hiertegen stelde hij beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 28 oktober 2019 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Dit hoger beroep richtte zich echter niet inhoudelijk tegen de uitspraak van de rechtbank, omdat de vreemdeling niet heeft toegelicht waarom de uitspraak onjuist zou zijn.
De Raad van State oordeelde daarom dat zij geen inhoudelijk oordeel kon geven over het hoger beroep, conform artikel 85 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Het hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard en de staatssecretaris werd niet veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 29 november 2019.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een gemotiveerd betoog.