ECLI:NL:RVS:2019:4030
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris heeft op 8 oktober 2019 het verzoek van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 1 november 2019 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De Afdeling constateert dat het hoger beroep zich niet richt tegen de inhoudelijke uitspraak van de rechtbank, omdat de vreemdeling niet heeft toegelicht waarom de uitspraak onjuist zou zijn. Hierdoor kan de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De staatssecretaris is niet gehouden tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter N. Verheij in aanwezigheid van griffier G.A. van de Sluis op 28 november 2019.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.