ECLI:NL:RVS:2019:4019
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling en toekenning opvang
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verklaarde op 13 september 2019 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 11 november 2019 het besluit vernietigde maar de rechtsgevolgen in stand liet. Tegen deze uitspraak stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 27 november 2019 besloten dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is bepaald dat de staatssecretaris de proceskosten van de vreemdeling, ter hoogte van €512,00, moet vergoeden, welke kosten zijn toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening is getroffen op grond van artikel 8:81 en Pro 8:83 van de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak waarborgt dat de vreemdeling tijdens de procedure niet wordt benadeeld door voortijdige uitzetting en dat de kosten van de procedure worden vergoed.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.