ECLI:NL:RVS:2019:3985
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke beslissing inzake openbaarmaking taperingstripsdocumenten op grond van de Wob
Het Zorginstituut heeft een verzoek om openbaarmaking van documenten over taperingstrips gedeeltelijk afgewezen op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beroep van appellant gegrond en oordeelde dat het Zorginstituut onder meer e-mailextensies en namen van rechtspersonen alsnog openbaar moest maken.
In hoger beroep heeft de Raad van State het beroep van appellant ongegrond verklaard en dat van het Zorginstituut gegrond. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de documenten met e-mailberichten tussen ambtenaren van het Zorginstituut over vergoeding van taperingstrips zijn opgesteld ten behoeve van intern beraad en persoonlijke beleidsopvattingen bevatten, waardoor weigering op grond van artikel 11 Wob Pro terecht is.
Verder is geoordeeld dat het Zorginstituut de namen van rechtspersonen in de inventarislijst voldoende openbaar heeft gemaakt en dat het verzoek om feitelijke openbaarmaking van e-mailextensies niet kan worden afgedwongen. Ook is vastgesteld dat het Zorginstituut alle relevante documenten heeft geselecteerd en openbaar gemaakt, zodat geen nader onderzoek nodig is.
De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover deze het Zorginstituut opdroeg de e-mailextensies en namen feitelijk openbaar te maken, en bevestigd voor het overige. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en dat van het Zorginstituut gegrond, waarbij de rechtbankuitspraak over openbaarmaking van e-mailextensies wordt vernietigd.