ECLI:NL:RVS:2019:3970
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen nihilstelling voorschotten kinderopvangtoeslag 2015
Appellante betwistte de nihilstelling van haar voorschotten kinderopvangtoeslag over 2015 door de Belastingdienst/Toeslagen. Na eerdere procedures en een nieuw besluit op bezwaar van 10 januari 2018, waarin alleen voor de periode januari tot en met maart 2015 toeslag werd toegekend, stelde appellante beroep in. De Afdeling bestuursrechtspraak onderzocht de ontvankelijkheid van het beroep en oordeelde dat het beroep tijdig was ingediend, omdat het besluit niet tijdig was verzonden.
De Afdeling beoordeelde vervolgens de inhoud van het nieuwe besluit op bezwaar. De berekening van de toegekende toeslag over de eerste drie maanden van 2015 was opgenomen in een aanvullend besluit van 16 februari 2018 en bleek correct. Voor de periode april tot en met december 2015 werd geen toeslag toegekend vanwege het niet tijdig voldoen van kosten door appellante. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Daarnaast veroordeelde de Afdeling de Belastingdienst tot vergoeding van de proceskosten vanwege onjuiste rechtsmiddelenvoorlichting, waarbij appellante onnodig bezwaar en beroep had ingesteld. De Belastingdienst werd ook verplicht het betaalde griffierecht te vergoeden. De Afdeling kon geen inhoudelijk oordeel geven over de verrekening van het toegekende bedrag met eerdere terugvorderingen, omdat dit geen voor bezwaar en beroep vatbaar besluit betreft.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het besluit van 10 januari 2018 wordt ongegrond verklaard en de Belastingdienst wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.