ECLI:NL:RVS:2019:3944
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over buiten behandeling stellen verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde op 30 april 2019 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen buiten behandeling. De vreemdeling bracht hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 28 mei 2019 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep bij de Raad van State, stellende dat hij geen belang had bij het hoger beroep en dat het niet voldeed aan de vereisten van de Vreemdelingenwet 2000. De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris wel belang had bij het hoger beroep en dat het hogerberoepschrift aan de formele eisen voldeed.
De Raad van State vond echter geen aanleiding om de uitspraak van de rechtbank te vernietigen, omdat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Tot slot veroordeelde de Raad van State de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, vastgesteld op €512,00, toe te rekenen aan professionele rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.