ECLI:NL:RVS:2019:3933
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid aanvraag verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
Bij besluit van 31 januari 2019 verklaarde de staatssecretaris de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, die dit beroep op 21 februari 2019 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling behandelde onder meer klachten over de digitale ondertekening en openbaarmaking van de uitspraak van de rechtbank, maar oordeelde dat deze klachten weliswaar terecht waren voorgedragen, maar niet tot vernietiging van de uitspraak leiden.
De overige aangevoerde grieven van de vreemdeling leidden niet tot vernietiging omdat zij geen vragen bevatten die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.