ECLI:NL:RVS:2019:3908
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- F.C.M.A. Michiels
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling bestemmingsplan hondenpension Dodewaard
De raad van de gemeente Neder-Betuwe stelde op 27 september 2018 het bestemmingsplan vast voor de vestiging van een hondenpension op een perceel in het buitengebied van Dodewaard. Appellant, woonachtig nabij het plangebied, stelde beroep in tegen dit besluit vanwege onder meer geluidsoverlast, het ontbreken van maatschappelijk draagvlak, en mogelijke toekomstige dijkversterking.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het beroep inhoudelijk beoordeeld. De Afdeling oordeelde dat het ontbreken van maatschappelijk draagvlak op zichzelf niet betekent dat het plan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Daarnaast werd vastgesteld dat de planregels een duidelijk onderscheid maken tussen een hondenpension en een dierenasiel, zodat geen sprake is van rechtsonzekerheid.
Verder heeft de Afdeling geoordeeld dat de raad voldoende rekening heeft gehouden met de mogelijke toekomstige dijkversterking en dat het plan geen grootschalige of kapitaalintensieve ontwikkeling betreft die rivierverruimende maatregelen belemmert. Ten aanzien van geluidsoverlast heeft de Afdeling het akoestisch onderzoek en adviezen van de Omgevingsdienst Rivierenland als voldoende onderbouwing aanvaard, ook bij een blaftijd van 5% en onder de voorwaarde van plaatsing van een geluidscherm. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestemmingsplan voor het hondenpension in Dodewaard wordt ongegrond verklaard.