ECLI:NL:RVS:2019:3879
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 17 november 2017 een aanvraag van de vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf af. De vreemdeling maakte bezwaar, dat op 24 juli 2018 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarbij de staatssecretaris werd opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
De uitspraak van de rechtbank werd daarmee bevestigd. Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €512,00 en werd een griffierecht van €519,00 opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer onder voorzitterschap van G.M.H. Hoogvliet.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.