ECLI:NL:RVS:2019:3865
Raad van State
- Hoger beroep
- B.J. van Ettekoven
- R.J.J.M. Pans
- A. Kuijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bevoegdheid college Amsterdam tot instellen milieuzone brom- en snorfietsen
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam stelde op 9 juni 2017 een verkeersbesluit vast dat een milieuzone voor brom- en snorfietsen met een datum eerste toelating van 2010 en ouder instelt. FEHAC, een belangenvereniging voor mobiel erfgoed, maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde beroep in bij de rechtbank, dat ongegrond werd verklaard. In hoger beroep betoogde FEHAC dat het college niet bevoegd was tot het instellen van deze milieuzone, dat onvoldoende rekening was gehouden met de belangen van oldtimers, en dat het criterium van de datum eerste toelating onjuist was.
De Raad van State oordeelde dat het college op grond van de Wegenverkeerswet 1994 bevoegd is een dergelijke milieuzone in te stellen. De reservering in de Wet milieubeheer voor een wettelijke regeling over milieuzones leidt niet tot een andere conclusie, omdat die regeling niet tot stand is gekomen. Ook het Verdrag inzake het wegverkeer staat het instellen van de milieuzone niet in de weg. De Raad bevestigde dat het verkeersbesluit een feitelijk effect op het milieu heeft, gebaseerd op meerdere TNO-rapporten en een GGD-notitie, die aantonen dat oudere bromfietsen relatief vervuilender zijn.
Verder oordeelde de Raad dat het college voldoende rekening heeft gehouden met de belangen van mobiel erfgoed en dat het ontheffingenbeleid niet onredelijk of discriminatoir is. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van FEHAC wordt ongegrond verklaard en het verkeersbesluit milieuzone brom- en snorfietsen wordt bevestigd.