ECLI:NL:RVS:2019:3835
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen kosten bestuursdwang wegens onjuist aanbieden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 27 september 2018 spoedeisende bestuursdwang toegepast omdat appellant een doos naast een inzamelvoorziening had geplaatst, in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010. Het college legde de kosten van deze bestuursdwang (€126,00) gedeeltelijk bij appellant neer. Appellant betoogde dat hij niet de overtreder was omdat hij de doos bij zijn woning had neergezet en niet naast de container, en dat de kosten onredelijk hoog waren.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de persoon aan wie de afvalstoffen zijn toe te schrijven als overtreder wordt aangemerkt, tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt. Appellant slaagde hier niet in. Ook was het college gerechtigd de kosten van bestuursdwang in rekening te brengen, inclusief kosten voor onderzoek en rapportage. Verder waren er geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering op kostenverhaal rechtvaardigden.
Daarmee werd het beroep ongegrond verklaard en bleef het besluit van het college in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen het opleggen van kosten bestuursdwang wordt ongegrond verklaard.