ECLI:NL:RVS:2019:3821
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen locatieaanduiding ondergrondse restafvalcontainer in Hoogland
Bij besluit van 11 september 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort locatie 33427 op de hoek van de Pottenbakkerlaan en de Steenhouwerstraat in Hoogland aangewezen voor de plaatsing van een ondergrondse restafvalcontainer (ORAC). Appellant en anderen, wonend in de directe omgeving, maakten bezwaar tegen deze locatie vanwege vermeende strijd met de Afvalstoffenverordening, onvoldoende draagvlak, verkeersveiligheid en esthetische bezwaren.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het college beleidsruimte heeft bij de locatiekeuze en dat de plaatsingscriteria geen harde normen zijn. De Afdeling oordeelde dat de afwijking van circa 117 huishoudens per ORAC ten opzichte van de richtlijn van 100 huishoudens redelijk is. Het beroep op het relativiteitsvereiste leidde tot het oordeel dat de appellanten zich niet konden beroepen op de afstandsnorm in de Afvalstoffenverordening omdat hun belang vooral verkeersveiligheid betreft.
Verder concludeerde de Afdeling dat het college voldoende draagvlak heeft onder de gebruikers, dat de verkeerskundige beoordeling van de locatie juist is en dat de locatie esthetisch passend is. Gezien deze overwegingen werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de locatieaanduiding voor de ondergrondse restafvalcontainer is ongegrond verklaard.