ECLI:NL:RVS:2019:381
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tot opheffing vrijheidsontnemende maatregel in vreemdelingenzaak
Bij besluit van 21 december 2018 werd aan de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees. De vreemdeling ging in hoger beroep en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat gezien de termijnen uit artikel 5 EVRM Pro en de stand van zaken in de procedure het belang van de vreemdeling bij opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel zwaarder woog dan het belang van de staatssecretaris bij voortzetting daarvan. Daarom werd de vrijheidsontnemende maatregel per direct opgeheven.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, ter hoogte van €512,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Over de schadevergoeding zal in de bodemprocedure worden beslist.
Uitkomst: De vrijheidsontnemende maatregel is per direct opgeheven en de staatssecretaris is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.