ECLI:NL:RVS:2019:3798
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.J. van Eck
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens geloofwaardigheid seksuele gerichtheid
De vreemdeling uit Oeganda verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd vanwege haar seksuele gerichtheid, die volgens haar terugkeer naar Oeganda onmogelijk maakt. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat hij de gestelde seksuele gerichtheid ongeloofwaardig achtte. De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom hij de seksuele gerichtheid niet geloofwaardig vond, met name omdat hij te veel gewicht zou hebben toegekend aan de zelfacceptatie van de vreemdeling en onduidelijkheid bestond over de geloofwaardigheid van haar relatie.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en betoogde dat de rechtbank ten onrechte voorbij was gegaan aan de integrale geloofwaardigheidsbeoordeling waarin ook andere verklaringen en tegenwerpingen waren betrokken. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank onvoldoende had getoetst of de staatssecretaris terecht tot zijn oordeel was gekomen en dat het onjuist was dat de rechtbank onduidelijkheid zag over de geloofwaardigheid van de relatie, aangezien het besluit daarover duidelijk was.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verwees de zaak terug voor verdere behandeling met inachtneming van de overwegingen van de Afdeling. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor herbeoordeling.