ECLI:NL:RVS:2019:376
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
Bij besluit van 25 december 2018 is aan de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 11 januari 2019 gegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens het hoger beroep werd het onderzoek gesloten. De Afdeling overwoog dat het doel van het hoger beroep, namelijk opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel en vergoeding van schade, reeds was bereikt doordat de maatregel op 7 januari 2019 was opgeheven en de staatssecretaris een volledige schadevergoeding had aangeboden. Daarnaast had de rechtbank de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Gezien het ontbreken van een belang bij verdere behandeling van het hoger beroep, verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees zij het verzoek om proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 6 februari 2019.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard omdat het beoogde resultaat reeds was bereikt.