ECLI:NL:RVS:2019:374
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening voor gebruik mobiele puinbreker op perceel te Dronten
Het college van burgemeester en wethouders van Dronten weigerde op 15 mei 2018 omgevingsvergunning voor het gebruik van een mobiele puinbreker op een perceel in Dronten te verlenen. Verzoekster, een bedrijf actief in grond-, weg- en waterbouw, had de vergunning aangevraagd voor maximaal twaalf dagen per jaar. De rechtbank verklaarde het beroep van verzoekster tegen deze weigering gegrond en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Verzoekster stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat verzoekster gedurende drie jaar puin had opgeslagen op het perceel, terwijl zij wist dat het college het breken van puin ter plaatse niet toestond. Verzoekster had ook de mogelijkheid gehad het puin naar een andere locatie te vervoeren waar breken wel was toegestaan. Hierdoor ontbrak een spoedeisend belang voor de gevraagde voorlopige voorziening. Daarnaast vond de voorzieningenrechter het gevraagde ingrijpende karakter van de voorziening zwaarwegend.
De voorzieningenrechter besloot daarom het verzoek om voorlopige voorziening af te wijzen. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter S.F.M. Wortmann op 7 februari 2019.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening voor het gebruik van een mobiele puinbreker op het perceel te Dronten is afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.