ECLI:NL:RVS:2019:3676
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Veroordeling staatssecretaris tot vergoeding proceskosten na onrechtmatige ophouding vreemdeling
Bij besluit van 15 september 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod uitgevaardigd. Tevens is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank Den Haag verklaarde bij mondelinge uitspraak van 30 september 2019 de beroepen van de vreemdeling tegen deze besluiten ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte geen proceskostenveroordeling aan de staatssecretaris heeft opgelegd, ondanks dat de termijn voor ophouding onrechtmatig was overschreden. Dit volgt uit eerdere jurisprudentie dat bij onrechtmatige ophouding, ook als het beroep tegen de bewaring ongegrond blijft, proceskosten moeten worden vergoed.
De Afdeling vernietigde daarom het bestreden vonnis voor zover de proceskostenveroordeling ontbrak en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van €1.024, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Voor het overige werd het vonnis van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €1.024 wegens onrechtmatige ophouding van de vreemdeling.