ECLI:NL:RVS:2019:3675
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
De vreemdeling heeft bij besluit van 11 februari 2019 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris is afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing ongegrond bij uitspraak van 8 maart 2019.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In het hoger beroep werden onder meer bezwaren geuit tegen de digitale ondertekening en openbaarmaking van de uitspraak van de rechtbank. Deze klachten werden als terecht erkend, maar leidden niet tot vernietiging van het vonnis omdat de authenticiteit en inhoud van de uitspraak niet in twijfel werden getrokken.
Verder aangevoerde grieven door de vreemdeling werden niet nader gemotiveerd omdat deze geen algemene rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Afdeling verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €512,00 die door een derde beroepsmatig waren gemaakt.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunning en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.