ECLI:NL:RVS:2019:3668
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep tegen niet in behandeling nemen verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris heeft bij besluit van 29 mei 2019 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, die dit beroep op 20 augustus 2019 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de behandeling van het hoger beroep heeft de staatssecretaris bij brief van 25 september 2019 medegedeeld dat het besluit van 29 mei 2019 is ingetrokken en dat opnieuw op de aanvraag zal worden beslist. Hierdoor heeft de vreemdeling geen belang meer bij een beoordeling van het hoger beroep.
De Afdeling constateert dat de staatssecretaris niet heeft toegelicht waarom het besluit is ingetrokken en ook het intrekkingsbesluit niet heeft overgelegd. Desondanks wordt aangenomen dat de staatssecretaris de vreemdeling tegemoet is gekomen. Daarom verklaart de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens intrekking van het bestreden besluit door de staatssecretaris.