ECLI:NL:RVS:2019:364
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen besluit inzake verstrekking overzicht persoonsgegevens volgens Wet bescherming persoonsgegevens
De appellant verzocht het college om op grond van artikel 35 van Pro de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) te bevestigen of zijn persoonsgegevens werden verwerkt en om een overzicht daarvan te ontvangen. Het college verstrekte een overzicht van de verwerkte persoonsgegevens, inclusief doel, categorieën, ontvangers en herkomst. De appellant stelde dat het overzicht niet volledig was en niet voldeed aan het transparantiebeginsel.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de Wbp een mededelingsverplichting oplegt waarbij een volledig en begrijpelijk overzicht van persoonsgegevens moet worden verstrekt, maar geen recht op inzage in de onderliggende stukken bestaat. Het college had voldaan aan deze verplichtingen door een begrijpelijk overzicht te geven en aan te tonen dat de appellant inzage had in de onderliggende documenten.
De appellant kon niet aannemelijk maken dat het college over meer gegevens beschikte dan vermeld in het overzicht. Ook het ontbreken van RIEC-documenten in het overzicht leidde niet tot een ander oordeel. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van het college om een overzicht van persoonsgegevens te verstrekken is ongegrond verklaard.