ECLI:NL:RVS:2019:3619
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank en verwijzing beroep nieuw besluit vreemdelingenrecht
Bij besluit van 30 januari 2017 wees de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf af. De vreemdeling maakte bezwaar, dat bij besluit van 25 september 2017 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht aan de staatssecretaris een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. Dit hoger beroep werd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ongegrond verklaard, omdat het hogerberoepschrift geen relevante vragen bevatte die beantwoording behoefden in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Vervolgens nam de staatssecretaris op 14 december 2018 een nieuw besluit waarin het bezwaar opnieuw ongegrond werd verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak besloot het beroep tegen dit nieuwe besluit terug te verwijzen naar de rechtbank Den Haag voor verdere behandeling en beslissing.
Tot slot werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling en werd een griffierecht geheven. De uitspraak werd openbaar gedaan op 28 oktober 2019.
Uitkomst: Hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen het nieuwe besluit wordt terugverwezen naar de rechtbank.