ECLI:NL:RVS:2019:36

Raad van State

Datum uitspraak
9 januari 2019
Publicatiedatum
9 januari 2019
Zaaknummer
201609540/2/R3
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.1 WroArt. 2.4 WaboArt. 6:13 AwbArt. 1.2.3 Bro
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging bestemmingsplan Wassenaar wegens onjuiste vergunningseisen

In deze zaak heeft Attractiepark en Camping Duinrell B.V. beroep ingesteld tegen het bestemmingsplan 'Paraplubestemmingsplan Cultureel Erfgoed Wassenaar Panden, objecten en Archeologisch erfgoed 2016' van de gemeente Wassenaar. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde in een tussenuitspraak dat het bestemmingsplan onjuist was omdat het college van burgemeester en wethouders onterecht werd gebonden aan een positief advies van een commissie voor het verlenen van omgevingsvergunningen.

De raad van Wassenaar heeft vervolgens het bestemmingsplan gewijzigd om het gebrek te herstellen, waarbij de voorwaarde van een positief advies werd geschrapt in de relevante planregels. Duinrell bracht hiertegen zienswijzen naar voren, maar de Afdeling stelde vast dat het beroep beperkt bleef tot bepaalde artikelleden en dat nieuwe bezwaren buiten beschouwing moesten blijven.

Uiteindelijk verklaarde de Afdeling het beroep tegen het oorspronkelijke besluit gegrond en vernietigde dat besluit gedeeltelijk. Het beroep tegen het herstelbesluit van april 2018 werd ongegrond verklaard. De raad werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan Duinrell.

Deze uitspraak benadrukt het belang van de juiste bevoegdheidsverdeling tussen het college en adviescommissies bij vergunningverlening en bevestigt dat het college de uiteindelijke afweging moet maken, zonder gebonden te zijn aan een positief advies.

Uitkomst: Het beroep tegen het oorspronkelijke bestemmingsplan is gegrond verklaard en gedeeltelijk vernietigd; het beroep tegen het herstelbesluit is ongegrond verklaard.

Uitspraak

201609540/2/R3.
Datum uitspraak: 9 januari 2019
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
Attractiepark en Camping Duinrell B.V., gevestigd te Wassenaar,
appellante,
en
de raad van de gemeente Wassenaar,
verweerder.
Procesverloop
Bij tussenuitspraak van 10 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:54 (hierna: de tussenuitspraak) heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 20 weken na de verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van de raad van 10 oktober 2016 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Cultureel Erfgoed Wassenaar Panden, objecten en Archeologisch erfgoed 2016 van de gemeente Wassenaar" te herstellen. De tussenuitspraak is aangehecht.
Bij besluit van 24 april 2018 heeft de raad de regels van het bestemmingsplan "Cultureel Erfgoed Wassenaar Panden, objecten en Archeologisch erfgoed 2016 van de gemeente Wassenaar" opnieuw, gewijzigd vastgesteld.
Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft Duinrell haar zienswijze over de wijze waarop het gebrek is hersteld naar voren gebracht.
Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft de raad een reactie op deze zienswijze ingediend.
Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft Duinrell op de reactie van de raad gereageerd.
De Afdeling heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft. Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.
Overwegingen
Het besluit van 10 oktober 2016
1.    In overweging 8.3 van de tussenuitspraak heeft de Afdeling overwogen dat de door Duinrell bestreden regeling in artikel 6, lid 6.2, onder c en g, lid 6.3, onder c, en lid 6.4, onder c, van de planregels er in de kern op neerkomt dat het college van burgemeester en wethouders nooit een omgevingsvergunning kan verlenen indien de Commissie Welstand Cultureel Erfgoed noch een andere door het bevoegd gezag aangewezen commissie van onafhankelijke deskundigen positief heeft geadviseerd over het bouw- of gebruiksvoornemen, ook niet met het oog op andere belangen dan het belang dat de bescherming van cultuurhistorische waarden betreft. De Afdeling heeft geoordeeld dat dit in strijd is met het stelsel van de wet, zoals dat tot uitdrukking komt in artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) in samenhang bezien met artikel 2.4, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo), aangezien met deze planregeling wordt miskend dat het aan het college van burgemeester en wethouders is om de uiteindelijke afweging te maken of wel of geen vergunning wordt verleend.
2.    Gelet op hetgeen in overweging 8.3 van de tussenuitspraak is overwogen, is het beroep van Duinrell tegen het besluit van 10 oktober 2016 gegrond en dient dit besluit gedeeltelijk te worden vernietigd wegens strijd met het stelsel van de wet, zoals dat tot uitdrukking komt in artikel 3.1, eerste lid, van de Wro in samenhang bezien met artikel 2.4, eerste lid, van de Wabo.
Het besluit van 24 april 2018
3.    Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft de raad artikel 6, lid 6.2, onder c en g, lid 6.3, onder c, en lid 6.4, onder c, van de planregels gewijzigd door daarin de voorwaarde van een positief advies te schrappen.
4.    Duinrell betoogt in haar zienswijze dat artikel 6 lid Pro 6.2, onder g, en lid 6.5, van de planregels ten onrechte niet zijn aangepast en dat de raad in zoverre niet aan de in de tussenuitspraak opgenomen opdracht heeft voldaan.
5.    In haar nadere reactie licht Duinrell toe dat haar zienswijze over artikellid 6.2, onder g, was gebaseerd op de toegezonden papieren versie. Zij bevestigt dat in artikellid 6.2, onder g, van het elektronisch vastgestelde plan - dat op grond van artikel 1.2.3, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening beslissend is - de voorwaarde van een positief advies wel overeenkomstig de opdracht van de Afdeling is geschrapt. De zienswijze van Duinrell behoeft in zoverre geen bespreking meer.
6.    Wat betreft de zienswijze over artikel 6, lid 6.5, van de planregels, stelt de Afdeling vast dat Duinrell haar beroep tegen het besluit van 10 oktober 2016 uitdrukkelijk heeft beperkt tot artikelleden 6.2, 6.3 en 6.4 van de planregels. In haar zienswijze over het herstelbesluit heeft zij zich voor het eerst gericht tegen artikel 6, lid 6.5, van de planregels, dat in tegenstelling tot de hiervoor genoemde artikelleden een wijzigingsbevoegdheid bevat. Gelet op het belang van een efficiënte geschilbeslechting, dat ook ten grondslag ligt aan artikel 6:13 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, alsmede de rechtszekerheid van de andere partij, kan niet worden aanvaard dat na de tussenuitspraak het beroep wordt uitgebreid tot onderdelen waarop het beroep tegen het oorspronkelijke besluit niet zag. Dit betekent dat hetgeen Duinrell in dit opzicht aanvoert, buiten inhoudelijke bespreking blijft.
7.    Het beroep tegen het besluit van de raad van 24 april 2018 is ongegrond.
Proceskosten
8.    De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.    verklaart het beroep tegen het besluit van de raad van de gemeente Wassenaar van 10 oktober 2016 gegrond;
II.    vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Wassenaar van 10 oktober 2016 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Cultureel Erfgoed Wassenaar Panden, objecten en Archeologisch erfgoed 2016 van de gemeente Wassenaar", voor zover het betreft:
(a) de zinsnede "waarbij er voor het verlenen van de vergunning een positief advies voorwaardelijk is" in artikel 6, lid 6.2, onder c, van de planregels;
(b) het woord "positief" in artikel 6, lid 6.2, onder g, van de planregels;
(c) de zinsnede "waarbij er voor het verlenen van de vergunning een positief advies voorwaardelijk is" in artikel 6, lid 6.3, onder c, van de planregels;
(d) de zinsnede "waarbij er voor het verlenen van de vergunning een positief advies noodzakelijk is" in artikel 6, lid 6.4, onder c, van de planregels;
III.    verklaart het beroep tegen het besluit van de raad van de gemeente Wassenaar van 24 april 2018 tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Cultureel Erfgoed Wassenaar Panden, objecten en Archeologisch erfgoed 2016 van de gemeente Wassenaar" ongegrond;
IV.    veroordeelt de raad van de gemeente Wassenaar tot vergoeding van bij Attractiepark en Camping Duinrell B.V. in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.252,50 (zegge: twaalfhonderdtweeënvijftig euro en vijftig cent), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;
V.    gelast dat de raad van de gemeente Wassenaar aan Attractiepark en Camping Duinrell B.V. het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 334,00 (zegge: driehonderdvierendertig euro) vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. B.J. Schueler, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W.M. Boer, griffier.
w.g. Schueler    w.g. Boer
lid van de enkelvoudige kamer    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 9 januari 2019
745.