ECLI:NL:RVS:2019:3556
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na hoger beroep
De staatssecretaris heeft op 21 december 2018 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 11 februari 2019 dit beroep ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
In het hoger beroep werden onder meer klachten geuit over de digitale ondertekening en openbaarmaking van de uitspraak van de rechtbank. De Afdeling verwees naar eerdere uitspraken waarin deze klachten reeds zijn behandeld en verworpen. Daarnaast werd het primaire geschilpunt over de afwijzing van de verblijfsvergunning niet gegrond bevonden.
De Afdeling oordeelde dat de aangevoerde grieven niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank leiden en bevestigde het vonnis. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.