ECLI:NL:RVS:2019:3554
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Kramer
- P.H.A. Knol
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing last onder bestuursdwang inzake geurhinder en mestverontreiniging in Baarle-Nassau
Appellante A exploiteert een inrichting voor vleeskalveren waar geurhinder en mestverontreiniging zijn vastgesteld. Het college van burgemeester en wethouders van Baarle-Nassau legde op 16 maart 2017 een last onder bestuursdwang op om mest te verwijderen, kelders te reinigen en geur te neutraliseren, met een begunstigingstermijn tot 24 maart 2017, later deels verlengd tot 31 maart 2017.
Appellante B stelde beroep in, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen bezwaar had gemaakt. Appellante A voerde onder meer aan dat zij geen gelegenheid had gehad tot zienswijze vooraf, dat de overtreding niet vaststond, de last onduidelijk en te verstrekkend was, en dat handhaving onevenredig was.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellante A haar zienswijze alsnog in bezwaar had kunnen geven, dat de overtreding van de artikelen 10.1 en 17.1 van de Wet milieubeheer was vastgesteld op basis van geurhinder en mestmonsters met MDMA-verontreiniging, en dat de last voldoende duidelijk en proportioneel was geformuleerd. Het college mocht handhavend optreden ondanks bedrijfseconomische belangen van appellante A.
Het beroep van appellante A werd ongegrond verklaard, het beroep van appellante B niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante B is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep van appellante A ongegrond; de last onder bestuursdwang blijft in stand.