ECLI:NL:RVS:2019:3548
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel en inreisverbod in hoger beroep
De staatssecretaris heeft op 6 februari 2019 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen en een inreisverbod uitgevaardigd. De vreemdeling heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 8 maart 2019 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In het hoger beroep werd onder meer geklaagd over de digitale ondertekening en openbaarmaking van de uitspraak van de rechtbank. De Raad van State verwees naar eerdere uitspraken waarin deze klachten als terecht werden erkend, maar zonder dat dit tot vernietiging van de uitspraak leidde.
De overige aangevoerde grieven van de vreemdeling waren onvoldoende om de uitspraak van de rechtbank te vernietigen. De Raad van State bevestigde daarom het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van €512,00 aan de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.