ECLI:NL:RVS:2019:3546
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- J.Th. Drop
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verzoek uitstel uitzetting wegens medische omstandigheden
De vreemdeling verzocht op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 om te bepalen dat zijn uitzetting achterwege blijft. De staatssecretaris wees dit verzoek bij besluit van 13 februari 2018 af, mede gebaseerd op een advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) van 12 februari 2018. De vreemdeling maakte bezwaar met nieuwe medische verklaringen van juli 2018, waarin sprake was van een ernstiger depressieve stoornis en verhoogd suïciderisico.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het BMA-advies ook rekening hield met depressieve stoornis en suïcidale gedachten. De Raad van State oordeelde echter dat de rechtbank ten onrechte niet had onderkend dat de nieuwe verklaringen wezen op een toegenomen risico en dat het aan de staatssecretaris was om het BMA te verzoeken een aanvullend advies uit te brengen.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 27 februari 2019 vernietigd. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van het verzoek om uitstel van uitzetting wordt vernietigd.