ECLI:NL:RVS:2019:3539
Raad van State
- Wraking
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- C.J. Borman
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen lid meervoudige kamer Raad van State wegens vermeende partijdigheid
Tijdens de zitting op 16 oktober 2019 verzocht verzoeker om wraking van staatsraad F.D. van Heijningen, lid van de meervoudige kamer belast met de behandeling van zaak nr. 201902599/1/A3. Verzoeker stelde dat de staatsraad vanwege zijn vroegere politieke functies binnen de VVD en zijn campagneactiviteiten in 2007 samen met partijleider Mark Rutte niet onpartijdig zou kunnen zijn.
De staatsraad ontkende een bijzondere relatie met Mark Rutte en lichtte toe dat het contact in het verre verleden plaatsvond. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat artikel 8:15 Awb Pro bedoeld is om rechterlijke onpartijdigheid en het voorkomen van schijn van partijdigheid te waarborgen. De wrakingsgrond moet gebaseerd zijn op feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid van de staatsraad aantasten.
Gezien het tijdsverloop, het ontbreken van een bijzondere band en het ontbreken van aanwijzingen voor een gunst of bevooroordeling, oordeelde de Afdeling dat er geen objectief gerechtvaardigd vermoeden van partijdigheid bestaat. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen.
De beslissing werd genomen door de voorzitter en leden van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, en uitgesproken in het openbaar op 21 oktober 2019.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen staatsraad F.D. van Heijningen wordt afgewezen wegens onvoldoende grond voor partijdigheid.