Uitspraak
Datum uitspraak: 16 oktober 2019
BESTUURSRECHTSPRAAK
voorzitter griffier
Raad van State
De raad van de gemeente Zoetermeer heeft op 18 februari 2019 het bestemmingsplan '1e Partiële herziening Stadscentrum/Dorpsstraat' gewijzigd vastgesteld, met als doel het centrum te revitaliseren door onder meer transformatie van leegstaande kantoren en aanpassing van de evenementenregeling op de Markt.
Een omwonende, appellante, stelde beroep in tegen dit besluit, met name vanwege bezwaren tegen de berekening van de parkeerbehoefte en de toename van parkeerdruk door evenementen. Zij betoogde dat de raad onjuiste parkeernormen hanteerde, onvoldoende rekening hield met terrassen bij horeca, en dat het parkeeronderzoek niet representatief was.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de raad de Nota Parkeernormen op juiste wijze toepaste, de laagste norm binnen de bandbreedte terecht hanteerde gezien de bereikbaarheid en het combinatiebezoek, en dat terrassen niet tot het bruto vloeroppervlak behoren. Het parkeeronderzoek was voldoende betrouwbaar en de parkeerdruk tijdens evenementen bleef ruim onder de kritieke grens van 85%. Ook de uitbreiding van evenementen op de Markt en Nicolaasplein leidt niet tot een onaanvaardbare parkeerdruk.
De Afdeling concludeerde dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat het bestemmingsplan een goede ruimtelijke ordening dient en dat het woon- en leefklimaat van appellante niet onevenredig wordt aangetast. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestemmingsplan wordt ongegrond verklaard en het plan blijft ongewijzigd van kracht.