ECLI:NL:RVS:2019:3488
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.A. Minderhoud
- J.E.M. Polak
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke toetsing wijzigingsplan en bestemmingsplan drijvende woningen Lentse en Oosterhoutse Plas
Het college van Nijmegen stelde op 22 januari 2019 een wijzigingsplan vast voor 25 drijvende woningen in het zuidwestelijk deel van de Lentse Plas en op 27 februari 2019 een bestemmingsplan voor 30 drijvende woningen bij de Oosterhoutse Plas en 6 in het noordelijk deel van de Lentse Plas. Appellanten, wonend nabij de Lentse Plas, maakten bezwaar tegen beide plannen vanwege onder meer landschappelijke aantasting en waterkwaliteit.
De Raad van State oordeelde dat appellant sub 2 geen belanghebbende is bij het bestemmingsplan voor de Oosterhoutse Plas vanwege de afstand en beperkte zicht, waardoor dat beroep niet-ontvankelijk is. Voor het overige werden de beroepen inhoudelijk behandeld. De Afdeling concludeerde dat de wijzigingsbevoegdheid in het moederplan voldoende objectief is begrensd en dat het college en de raad de plannen in redelijkheid konden vaststellen.
De bezwaren tegen de planvoorbereiding, het vertrouwensbeginsel, aantasting van woon- en leefklimaat, waterkwaliteit, behoefte aan drijvende woningen, alternatieve locaties, financiële uitvoerbaarheid, luchtkwaliteit en soortenbescherming werden allemaal verworpen. De Afdeling vond dat de plannen niet in strijd zijn met het recht en dat de belangenafweging zorgvuldig is gemaakt.
Daarmee verklaarde de Afdeling het beroep tegen het bestemmingsplan voor de Oosterhoutse Plas niet-ontvankelijk en de overige beroepen ongegrond, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestemmingsplan Oosterhoutse Plas is niet-ontvankelijk; de overige beroepen zijn ongegrond verklaard.