ECLI:NL:RVS:2019:3467
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving last onder dwangsom wegens strijdig gebruik pand met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam legde aan appellante een last onder dwangsom op om het gebruik van haar pand als sportaccommodatie te staken, omdat dit in strijd is met het bestemmingsplan. Appellante stelde dat er wel concreet zicht op legalisatie was, onder meer omdat het pand buiten risicocontouren zou liggen en bouwkundige maatregelen risico's konden verkleinen. De rechtbank oordeelde echter dat geen concreet zicht op legalisatie bestond en dat het college terecht handhavend optrad.
Appellante voerde tevens aan dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden omdat andere bedrijven binnen de risicocontouren wel mochten blijven. De Afdeling overwoog dat deze bedrijven op grond van de bestemming waren toegestaan of reeds aanwezig waren bij het bestemmingsplan, zodat geen sprake was van gelijke gevallen.
Verder werd het hoger beroep voor zover gericht tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar van wederpartij niet-ontvankelijk verklaard. Het overige hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt voor het grootste deel ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd; het hoger beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring is niet-ontvankelijk.