ECLI:NL:RVS:2019:3459

Raad van State

Datum uitspraak
14 oktober 2019
Publicatiedatum
15 oktober 2019
Zaaknummer
201809343/1/R3
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
  • G.T.J.M. Jurgens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:67 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen vaststelling bestemmingsplan Rijnsburgerblok deel 2

Het beroep richtte zich tegen het besluit van de raad van 4 oktober 2018 tot vaststelling van het bestemmingsplan 'Rijnsburgerblok deel 2', dat voorziet in sloop en nieuwbouw van diverse functies waaronder een hotel en woningen.

Appellante heeft binnen de beroepstermijn een pro forma beroep ingesteld, maar heeft nagelaten tijdig haar gronden van beroep in te dienen en het griffierecht te voldoen, ondanks een aangetekende brief waarin zij werd gewezen op deze verplichtingen en de gevolgen van niet-naleving.

Hoewel de Afdeling per abuis een tweede termijn stelde, heeft appellante haar gronden en griffierecht pas na het verstrijken van de oorspronkelijke termijn ingediend. Op grond van artikel 6:6 Awb Pro is het beroep daarom niet-ontvankelijk verklaard.

Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling, maar het betaalde griffierecht van €170 wordt terugbetaald aan appellante.

Uitkomst: Het beroep tegen het bestemmingsplan Rijnsburgerblok deel 2 is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig indienen van gronden en niet voldoen aan het griffierecht.

Uitspraak

201809343/1/R3.
Datum uitspraak: 14 oktober 2019
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) in het geding tussen:
[appellante], wonend te Leiden,
en
de raad van de gemeente Leiden,
verweerder.
Openbare zitting gehouden op 14 oktober 2019 om 10:00 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. G.T.J.M. Jurgens    voorzitter
griffier: mr. P. Plambeck
Verschenen:
De raad, vertegenwoordigd door mr. D.S.P. Roelands-Fransen, advocaat te Den Haag, en ir. W. van der Heijden;
Synchroon B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigde].
Het beroep richt zich tegen het besluit van de raad van 4 oktober 2018, waarbij het bestemmingsplan "Rijnsburgerblok deel 2" is vastgesteld.
De Afdeling
I.    verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
II.    verstaat dat de griffier van de Raad van State aan [appellante] het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van € 170,00 (zegge: honderdzeventig euro) voor de behandeling van het beroep terugbetaalt.
Daartoe overweegt zij het volgende.
1.     Het plan voorziet in de ontwikkeling van het tweede deelgebied van het Rijnsburgerblok. Deze nieuwe ontwikkeling bestaat uit de sloop van de ABN AMRO-bank en het schoolgebouw aan het Ballonpad en voorziet in de nieuwbouw van een hotel, gemengde functies waaronder een bank, detailhandel, horeca en woningen. De ontwikkeling voorziet verder in het realiseren van een ondergrondse parkeergarage.
2.     [appellante] heeft binnen de beroepstermijn tegen het plan pro forma beroep ingesteld. Nadien is zij bij aangetekende brief van 26 november 2018 in de gelegenheid gesteld om uiterlijk 27 december 2018 haar gronden van beroep in te dienen en het verschuldigde griffierecht te voldoen. In de brief is vermeld dat als [appellante] van de geboden gelegenheid geen gebruik maakt, ervan moet worden uitgegaan dat niet-ontvankelijkheid zal volgen en haar zaak niet inhoudelijk wordt behandeld. Vast staat dat [appellante] aan beide formaliteiten niet heeft voldaan. Ook staat vast dat de Afdeling vervolgens per abuis een tweede maningsbrief heeft verstuurd naar [appellante] waarin haar een tweede termijn werd gesteld voor het voldoen van het griffierecht. Vervolgens heeft [appellante] alsnog haar gronden van beroep ingediend en het griffierecht voldaan.
3.     Artikel 6:5, eerste lid, van de Awb luidt:
"Het bezwaar- of beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:
[…]
d. de gronden van het bezwaar of beroep".
Artikel 6:6 van Pro de Awb luidt:
"Het bezwaar of beroep kan niet-ontvankelijk worden verklaard, indien:
a. niet is voldaan aan artikel 6:5 of Pro aan enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het bezwaar of beroep, of
[…]
mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn".
4.     [appellante] heeft haar gronden van beroep eerst na het verstrijken van de haar daartoe gestelde termijn, als bedoeld in artikel 6:6 van Pro de Awb, ingediend. Om die reden dient het beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard.
Proceskosten
5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
6.     Gelet op hetgeen is overwogen onder 2 zal de griffier het door [appellante] betaalde griffierecht voor het beroep terugbetalen. Dit gaat om € 170,00.
w.g. Jurgens    w.g. Plambeck
lid van de enkelvoudige kamer    griffier
159-901.