ECLI:NL:RVS:2019:3437
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake vreemdelingenbewaring en afwijzing schadevergoeding
Bij besluit van 20 oktober 2018 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 7 november 2018 het beroep gegrond verklaarde en schadevergoeding toekende.
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling beantwoordde de rechtsvraag over de elektronische ondertekening van de maatregel van bewaring aan de hand van een eerdere uitspraak (ECLI:NL:RVS:2019:3355) en oordeelde dat de maatregel rechtsgeldig was ondertekend.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank, en verklaarde het beroep van de vreemdeling alsnog ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de staatssecretaris hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard met afwijzing van schadevergoeding.