ECLI:NL:RVS:2019:3395
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing subsidieaanvraag meerjarige activiteitensubsidies podiumkunsten
Het dansgezelschap heeft een meerjarige subsidieaanvraag ingediend voor de periode 2017-2020, welke door het Fonds is afgewezen op grond van een negatief advies van de adviescommissie dans. De rechtbank heeft het besluit van het Fonds aanvankelijk vernietigd wegens een procedureel gebrek, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten nadat het Fonds het gebrek had hersteld met een aanvullend advies.
In hoger beroep betoogde het dansgezelschap onder meer dat het Fonds onzorgvuldig had gehandeld bij de beoordeling van het ondernemerschap en de artistieke kwaliteit, en dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden. De Raad van State oordeelde dat het Fonds terecht het eigen vermogen als kritiekpunt mocht meenemen en dat het aanvullend advies voldoende inzicht en motivatie bood.
De Raad van State verwierp ook het betoog dat het Fonds onzorgvuldig was geweest met het gebruik van beoordelingsformulieren en dat de adviescommissie onvoldoende werk had gezien voor haar oordeel over de artistieke kwaliteit. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en andere klachten werden ongegrond verklaard.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank dat het Fonds de subsidieaanvraag terecht heeft afgewezen en dat het Fonds zich hierbij op het advies van de adviescommissie mocht baseren. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de subsidieaanvraag wordt bevestigd.