ECLI:NL:RVS:2019:3351
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen vreemdelingenbewaring
De vreemdeling is bij besluit van 26 juli 2019 in vreemdelingenbewaring gesteld. Tegen dit besluit heeft de vreemdeling beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 20 augustus 2019 ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tijdens de behandeling bleek dat het hoger beroep niet inhoudelijk gemotiveerd was; de vreemdeling gaf geen redenen waarom de uitspraak van de rechtbank onjuist zou zijn.
Op grond van artikel 85 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 kan de Afdeling in dat geval geen inhoudelijk oordeel geven en verklaart zij het hoger beroep niet-ontvankelijk. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
De Afdeling bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan motivering.