ECLI:NL:RVS:2019:335
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing intrekking omgevingsvergunning bouw woning in strijd met bestemmingsplan
Bij besluit van 29 juni 2016 verleende het college een omgevingsvergunning voor de bouw van een woning op een perceel te Heeswijk-Dinther. Appellant, wonend op het naburige perceel, verzocht de vergunning in te trekken vanwege strijd met het bestemmingsplan, met name vanwege het ontbreken van een minimale afstand van vijf meter tot de erfgrens en onjuiste aanvraaggegevens.
Het college wees het verzoek tot intrekking af en ook de rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de vergunning niet was verleend op basis van een onjuiste of onvolledige aanvraag, aangezien het college op de hoogte had kunnen zijn van de bestaande woning en de bouwplantekeningen de contouren en afstanden duidelijk aangaven.
De Afdeling stelde vast dat het college niet bevoegd was om de vergunning op grond van artikel 5.19 Wabo in te trekken. De strijdigheid met het bestemmingsplan was het gevolg van een onjuiste toetsing door het college zelf, niet van onjuiste aanvraaggegevens. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot intrekking van de omgevingsvergunning bevestigd.